Welkom op het GitaarNet.
  • Zoeken op producten


  • GitaarNet Specials

  • Martijn van Agt

     ARTIKELEN Martijn van Agt


    "Ik heb banjo gespeeld voor André Rieu en ik ben er trots op"
    Interview met Martijn van Agt
    door Wim de Jong
    Juni 2004
    Martijn van Agt

    Hij wordt steeds bekender als die ene gitarist van Anouk met ietsje minder krullen dan collega Leendert Haaksma, maar Martijn van Agt heeft veel meer in zijn mars, zoals zijn eigen platen en het begeleiden van Ricky Koole, Sarah Bettens, Ilse DeLange…

    Martijn van Agt
    Martijn van Agt

    Je speelt alleen maar met mooie blonde vrouwen!
    "Ja, haha! Als het blond is en het zingt, here I come! Ik probeer vooral de dingen te doen die ik leuk vind. Ik vind het bijvoorbeeld niet slim om te veel met je kop op tv te komen. Ja, money wise wel, maar je moet zien te voorkomen dat het allemaal lopendebandwerk wordt. Jezelf een beetje in bescherming nemen, zodat je muziek kunt maken met een gezonde naïviteit. Die vibe, daar moet je zuinig op zijn. "Wat ik soms wel eens doe om mijn ervaring me niet te veel in de weg te laten staan, is een supersimpele setup meenemen naar een klus. Alleen een versterker en één gitaar met kutsnaren. Dan moet je op zoek naar creatieve oplossingen en moet alles uit je vingers komen. Dan neem ik zelfs geen wah mee, want het moet ook mogelijk zijn om te wah'en zonder wah. Of ik speel gewoon een hele tijd geen gitaar. Dan schrijf ik alleen maar songs op de piano. Als je dan weer een gitaar oppakt, is dat een hele nieuwe start.

    Het is belangrijk dat je selectief speelt, anders raak je kapot gespeeld. Soms heb ik met collega's gesprekken waar de energieloze frustratie vanaf druipt. 'Het interesseert me niet meer, ik doe het alleen nog maar voor het geld.' Dan heb je dus niet goed voor jezelf gezorgd. Er lijkt trouwens wel een natuurwet te zijn die zegt: hoe minder betaald, hoe leuker de klus, en hoe meer betaald, hoe kloteriger. Soms zie ik vriendjes van me, die wel al die klussen doen, in hun dikke auto rijden, of ik hoor ze vertellen over hun vakantie naar Ibiza, terwijl ik naar Terschelling ga. Nee je hoort mij niet klagen hoor. In Showbiz City kon ik ook goed geld verdienen, maar zelfs met twee keer in de maand invallen werd ik gillend gek. 'Met alle respect: bel mij maar niet meer', heb ik toen maar gezegd."

    Wat maakt het spelen met Anouk dan wel leuk?
    "Anouk zelf. Zij is echt te gek om mee te spelen. Ze gaat helemaal voor haar eigen ding, geeft haar gevoel alle ruimte. Ik geloof haar van begin tot eind. Met haar op één podium. En dat bandje (Michel van Schie - bas, Hans Eijkenaar - drums, Leendert Haaksma -gitaar, red.) is echt een winning team."

    Martijn van Agt
    Martijn van Agt op de Muzikantendag (rechts). Tweede van rechts: Leendert Haaksma

    Dat kun je wel zeggen. Op de Muzikantendag in de Melkweg speelden jullie een nummer van een zangeres dat jullie nog nooit gehoord hadden, en dat rockte meteen behoorlijk. Jullie speelden als gitaristen meteen een partij waarmee je elkaar niet in de weg zat. Hoe doe je dat?
    "Leenderts benadering is wat anders. Hij is technisch wat hoogstaander, ik speel meer organisch. Hij is beter in de wat strakkere dingen, ik speel daar dan weer wat dingen overheen. Leendert zal eerder de solo pakken, ik speel - ik denk deels omdat ik zelf zanger ook ben - meer vanuit de begeleiding. En het klikt gewoon goed."

    "Ik kan vaak zo in m'n spel opgaan dat ik de wereld om me heen vergeet. Dat is soms helemaal te gek, maar het is tricky om niet het contact met je medespelers te verliezen. Als frontman is het misschien wel een vereiste, maar als begeleider moet je toch meer volgen."

    Kun je alles spelen? Jazz bijvoorbeeld?
    "Zeker: in The Quiet American (Rolf Delfos - saxofoon, Aram Kersbergen - bas) speel ik met een heel jazzy approach. Ik wil niet zeggen dat ik dé jazzgitarist ben, maar ik heb wel affiniteit met het genre. Ik blijf wel de gitarist Martijn van Agt. Je moet mij niet vragen om iets spelen dat heel erg inblendt, ik ben niet van dat snelle, slicke. Ik ben een character player."

    Wat is jouw karakter dan?
    "Ik probeer feeling in mijn spel te leggen. Laat ik het zo zeggen: ik hou niet van wiskunde op de gitaar. Ik wil een rauwe, organisch begeleidend gitarist zijn! Wat niet wil zeggen dat ik niet sierlijk kan spelen."

    Wat zou je nooit doen?
    "Idols. Daar hebben ze me echt heel vaak voor gebeld. Maar ik ben de dertig gepasseerd. Dan zou ik daar als 'ouwe lul' die jongen en meisje van 22 moeten staan begeleiden. Ik denk dan: geef de jongere generatie een kans. 'Bel mij maar niet meer', heb ik dan ook gezegd."

    Wat doe je als je bij een sessie gevraagd wordt iets te spelen wat je geen goed idee vindt?
    "Dan zeg ik dat. Een van de ergste dingen is als je een solo moet spelen omdat men anders niet weet hoe het nummer verder moet. Dan willen ze dat je aan het eind van het nummer al je truken laat zien. Maar ik ben helemaal niet zo van de gitaarsolo's. Alleen als het functioneel is. Anders: rot op met je solo."

    En dan loop je de studio uit en dan moet je maar afwachten wat er gebeurt.
    "Klopt. Bij sommige producers weet je dat het wel goed komt, maar bij andere... Bij een klus in België werd mijn gitaar niet alleen met een microfoon opgenomen, maar ook met een DI. Da's handig bij het editen in Protools, omdat je dan bij overstuurde partijen beter kunt zien waar je moet knippen. Zeiden ze. Maar het is ook heel handig om vervolgens door zo'n Line 6 apparaat te halen waar je alle soorten versterkers uit kan halen. Je loopt dus het gevaar met een andere sound op de plaat te komen dan dat je oorspronkelijk in gedachten had. Ze zetten bijvoorbeeld chorus op je partij om het breder te laten klinken. Dat haat ik! Maar goed, da's persoonlijk."

    Moet je - zoals jij - conservatorium gedaan hebben om een rocksolo te kunnen spelen?
    "Nou nee!... maar het helpt in ieder geval wel. Die popopleidingen die je tegenwoordig hebt zouden wel wat meer op de manier van een conservatorium mogen werken. Die zijn zo erg op bandjes geconcentreerd. 'Er is geen markt voor gitaarsolo 's,'hoor je ze wel eens zeggen. Dat is bullshit. En erg jammer, want er zijn zo veel meer manieren van muziek maken dan alleen in dat bandjesformat".

    "Bij de jazzopleiding van het conservatorium moet je verplicht in twee jaar veertig standards kunnen spelen. Een handige bijkomstigheid daarvan is dat je er niet meer van afgeschrikt wordt als een nummer uit meer dan vier akkoorden bestaat".

    "Anderzijds geloof ik wel dat popmuziek muziek van de straat is. Het heeft alles met feel te maken. Als ik op de opleiding waar ik zelf gitaarles geef iemand zie binnenkomen, weet ik vaak gelijk of iemand het in zich heeft of niet. Dat kan de manier waarop iemand staat of zijn gitaar vasthoudt, of iets heel anders. Ik geloof erg in inspireren als docent. Kunnen spelen of niet, heeft veel met timing te maken, dat heb je of dat heb je niet, zou ik bijna zeggen. Toonvorming kun je nog wel enigszins bijbrengen. Het enige wat je doet is tools aanreiken, zorgen dat wat er in zit er ook uit komt."

    Martijn van Agt
    Martijn van Agt

    Als je je 'Martijn van Agt' intikt bij Google, vind je onder andere de legendarische cd The Christmas I Love van André Rieu uit 1997.
    "Ja! Ik heb zestien maten banjo in Jingle Bells gespeeld voor André Rieu en ik ben er trots op! Ik zat in de auto met Leendert Haaksma - we waren bij de importeur van Matchless versterkers geweest - toen ik via zijn pieper gevraagd werd om diezelfde dag nog een stukje banjo te spelen. Kom je daar ' s avonds in de Wisseloord studio, staat er keurig een stoel klaar met een koptelefoon en een muziekstandaard met de partij. Hup spelen. (Van Agt tokkelzingt voor: oh what fun...) 'Nog één keer?' Ja nog een keer spelen. En dan is het klaar. Een jaar later kom ik bij een tankstation, en jaar hoor daar lag ie. Met keurig mijn naam erop vermeld. Die Rieu zorgt altijd heel goed voor de mensen die voor 'm werken".

    "Het is trouwens al lang geleden dat ik mijn eigen naam op Google opgezocht hebt. Vind je dan nog steeds Miss Einstein? Nee? Goed zo. Daar heb ik wat voor ingespeeld, maar doen ik de mix later terughoorde, waren mijn partijen compleet verdwenen."

    Maarrehh. banjo?
    "Ja man, banjo is cool hoor. Daar ben ik mee begonnen. Al mijn vriendjes vonden het wel stoer dat ik al die bluegrass-dingetjes kon spelen."

    …en de meisjes?
    "Ja, die ook. Terwijl het eigenlijk heel makkelijk is. Voor bluegrass heb je maar een paar trucjes nodig om al snel een indruk te wekken dat je het heel goed kan. Maar toen mijn broer een Egmond-gitaar van snaren voorzag, dacht ik: dat wil ik! Toen mijn moedertjelief zag dat ik heel fanatiek liedjes van Cat Stevens aan het spelen was, zei ze: 'Nou jongen, als je er zo serieus mee bezig bent, moesten we maar een echte gitaar voor je kopen.' Ze heeft toen een vriendin uit New York voor me gebeld die een Guild voor me heeft meegenomen".

    "Die gitaar is nog steeds mijn lievelingsgitaar. Ik heb er onder andere een plaat mee opgenomen met Astrid Seriese, voor de NCRV-serie De kinderen van de Hondsberg. Alleen zang en gitaar en ben erg blij met het resultaat. Die gitaar is echt heel goed gaan klinken door de jaren heen."

    Heb je met je banjo een niche ontdekt in de sessiegitaristenmarkt?
    "Zo zou ik het niet zeggen. Maar men weet wel dat ik banjo speel en ik word er dan ook voor gevraagd. Het leuke is dat je dan op plekken terechtkomt waar je anders nooit zou komen. Van tevoren denk je wel eens wat doe ik hier, maar achteraf blijkt het toch vaak gaaf te zijn. Zo moest ik laatst iets inspelen voor een Belg die flauwe grappen maakt en stemmetjes doet. Dat wordt niks, dacht ik, maar de muziek bleek toch echt te gek te zijn".

    "Of bijvoorbeeld een project met het Nieuw Sinfonietta, muziek bij Buster Keaton-films. Ik verwachtte een dixielandorkestje, maar er zat een compleet symfonisch orkest van veertig man plus een dirigent. Ik had nog nooit in zo'n situatie gewerkt, maar zij dachten van wel! Dan moet je wel even bij de les blijven."

    "Of een cd van Bassie en Adriaan. Of een cd met kinderliedjes, waar ik ook zelf gezongen heb. (Doet voor met boers accent 'In een groen groen groen groen knollenknollenand.' Laatst sprak ik vrienden die jonge kinderen hadden, die vertelden dat dat nummer vaak op Zappelin wordt gedraaid, bij de klok van Nederland 3. Zo word ik toch nog een beetje door die banjo achtervolgd."

    Hoe verhoudt je sessiewerk zich tot je eigen muziek?
    "Mijn werk is gitaarspelen, Madigan is mijn 'hobby'. Ik verkeer nu in de positie dat ik niet kan leven van mijn eigen muziek, maar het is financieel gezien niet zo erg. En er is natuurlijk veel kruisbestuiving. Voor Madigan ben ik nu bijvoorbeeld veel op m'n Rhodes aan het spelen. Daar krijg ik vaak ideeën van om dingen bij Anouk heel anders te spelen."

    Is er nog een nieuwe plaat van Madigan op komst?
    "Zeker. Reyn (Ouwehand, o.a. Kane) en ik doen het deze keer echt helemaal samen. Het is de bedoeling dat ie in het najaar klaar is, maar je zult altijd zien dat het weer het voorjaar wordt. Het moet zoals gewoonlijk weer tussen neus en lippen door."

    Martijn Van Agt speelde onder andere in/met:

    André Rieu - The Christmas I Love (1997, banjo)
    The Quiet American - Greatest Hits (199
    Daniel Romeo - Live At The Sounds & More (199
    Birgit Schuurman - Weak van Skunk Anansie voor de soundtrack van Liever Verliefd (2002)
    Gé Titulaer - Mijn Kleine Komedie (2003)
    Ricky Koole - Who's Suzy? (2004)

    en met:

    Anouk, a balladeer, Charlie Dée, E-life/Kevin Masters, Astrid Seriese, Ilse DeLange, Thé Lau, Sarah Bettens

     Relevante links:

    Eerder interview op GitaarNet (2001)
    Martijn Van Agt (popinstituut)
    www.rickykoole.nl
    www.anouk.nl
    www.astridseriese.nl
    www.sarahbettens.com
    http://www.andrerieu.nl

    top


Back to top