Ik was een bakvis van vijftien jaar. In de voorgaande jaren had ik blokfluitles gehad, had ik klarinet leren spelen en moest ik tromboneles nemen.
Wel sneu, die trombone-leraar moest bijna een uur rijden om mij les te geven en ik vond er niks aan.
Zoals ik zei, ik was vijftien. Mijn muzieksmaak ging eindelijk de goede kant op en ik wilde een instrument bespelen waarbij ik kon zingen. Gitaar dus!
Dus ik met mijn vader naar Bill Coolen in Tilburg (die verkocht toen nog gitaren) en daar een Spaans gitaartje van het 'merk' Prince uitgezocht. Toen ik na de eerste les het introotje van Come As You Are uit mijn gitaar voortbracht, was het hek van de dam. Ik was enorm enthousiast.
Die bewuste gitaar, prachtig gedecoreerd met stickers en zilverkleurige nagellak, speelt na twaalf jaar nog steeds prima.
Na een paar uitstapjes naar elektrisch en een semi-akoestische Fender (ik trof natuurlijk één van de slechtste Fenders ooit gemaakt), zweer ik nog steeds bij nylon!