Citaat Oorspronkelijk geplaatst door cluseau Bekijk bericht
Die stelling klopt, immers P=u*I hieruit volgt dat I=P/U waarin U natuurlijk wel Uak is en niet Ub. Je hebt dan de maximale stroom voor de buis uitgerekend.

De reden van jouw hoge stroomwaarde is de lage voedingsspanning. Meestal is de voeding rond of boven de 400V en daar hoort een lagere stroom bij (P=U*I) wil je het vermogen gelijk houden.

De berekening van je versterking kan ik even niet volgen. Waarschijnlijk bedoel je het uitgangsvermogen. Dit is afhankelijk van de maximale uitsturingen en zal nooit meer zijn dan de Uak. Bij de maximale uitsturing zal je voedingsspanning ook nog eens flink inzakken. Het beste kun je met de scope kijken tot hoever je kan gaan. Je meet dan de toptop waarde van de sinus aan de uitgang. Deel deze waarde door 2 (is topwaarde) en dan door 1.41. Nu heb je de effectieve waarde van de uitgangsspanning. Het vermogen bereken je nu met U^2/R.

Als je trafo maar 15Watt is ga je zeker niet hoger uitkomen zonder hem in gevaar te brengen. Wat je er ook voor buis aanhangt. Ga je hem te zwaar belasten wordt hij te heet en stort het vermogen in. Net als bij een te zwaar belaste voedingstrafo. Maar geen angst, het uitgangsvermogen bedraagt ongeveer de helft van het vermogen van de buis. In jouw geval dus 15Watt.

Frans.
Mijn ervaring met klasse A amps en dit soort spanningen is dat je blij mag wezen als je 20-25% effectief vermogen eruit gaat pompen. M.a.w een wattje of 8-10.

Maar je kan het theoretisch uitrekenen. Als je uitgaat van de primaire impedantie en je signaal grootte op de ingang weet je waartussen (G1 spanningen) het signaal zal bewegen. Immers Bias + signaal geeft je top en bodem aan van je signaal.
Als je dat opzoekt in de grafiek, kun je zien wat de minimale en maximale stroom wordt door de OT.
De stroom x de Z (primaire impedantie) geeft je pieken (boven en onder ) aan van het primaire output signaal.
Het verschil is de feitelijke swing van je signaal door de OT naar de secundaire wikkeling.
Dan kun je met de wikkelverhouding primair naar secundair bepalen wat de spanning ongeveer zal zijn op de secundaire wikkeling. Die gedeeld door de impedantie van de speaker geeft de stroom aan. Die weer in het kwadraat x de speaker impedantie is het vermogen.

Voor de wikkelverhouding geldt:

Zp / Zs = Wp^2 / Ws^2

Stel: Zp = 10K, Zs = 8 ohm dan geldt:

10000 / 8 = Wortel (1250) = 35 (ongeveer).

Als je een swing zou krijgen van 200V dan heb je op de secundair een swing van 200 / 35 = 5.7V
impedantie is 8 ohm dus I = 5.7 / 8 = 0.71A
P = I^2 x R = 0.71^2 x 8 = 4W.

Zou je een theoretische swing van 300V kunnen krijgen (zou er trouwens niet op rekenen) dan is het uitgangs vermogen : 9.1W

De kunst wordt een instel punt te vinden waar je de maximale swing kunt halen en niet gelijk je buis opbrand.

De rest van de energie die niet naar de uitgang gaat is warmte... Vandaar dat buizen ook in klasse A veel heter zijn dan AB.