Ha de filmpjes van Jens, die zijn erg nuttig. Aardige gozer ook, we zijn stadsgenoten en komen elkaar nog wel eens tegen op jams en zelfs optredens (we speelden afgelopen voorjaar als ‘voorprogramma’ van zijn band Traeben). Zijn vrouw is bassiste en speel ik ook nog wel eens mee op sessies.

Hier heeft hii het over Holsworth chords, moet jou toch aanspreken denk ik:

https://youtu.be/HQGEh29gAoU

Qua jazz soleren zit ik heel erg aan de ‘old school’ kant merk ik: Green, Montgomery, Burrell, Benson. Die jongens deden nog niet zo heel veel met outside en augmented en bleven grotendeels toch wel binnen het harmonisch kader dat akkoordenschema dicteerde, met her en der een octotonisch uitstapje.

Ik heb de 15 pagina’s van deze draad nog niet helemaal doorgespit, weet dus niet wat er allemaal al gezegd is, maar ik merk dat ik jazz grofweg verdeel in de volgende soorten: modaal (los gaan op weinig akkoorden), bebop (veel akkoorden en de harmonische mogelijkheden die die dicteren zoveel mogelijk uitputten) en free (losgaan).

Ik vind dat die drie allemaal een heel andere aanpak vergen.

Voor nummers met veel akkoorden (Donna Lee of zo) vind ik dit een leuke aanpak om te oefenen:

Blijf in één positie en speel ononderbroken lijnen 8sten. Is natuurlijk niet heel muziekaal - zeker niet in het begin - maar als oefening vind ik ‘m heel waardevol. Het dwingt je snel te denken, het akkoordenschema anders te bekijken dan vanuit de grepen die je uit gewoonte altijd pakt en je moet je vertrouwde arpeggio en toonladder vormen loslaten. Hou dat stug vol
(alleen 8sten, zonder pauzes!) en dan worden de meeste nummers ineens een basisgreep waarin je merkt dat toonsoort en akkoordwisselingen zich vooral afspelen in tertsen en septiemen. Kleuren en ‘outside’ klanken maak je vooral door kwinten en nones te verhogen en verlagen. De rol van de sext is weer een aparte.

Nou, tot zover alvast een kleine duit mijnerzijds in het zakje.