Richard Heeres

INTERVIEW

DE KUNST VAN HET BOUWEN







 MEESTERBOUWERS

Richard Heeres


Richard Heeres' interesse in gitaarbouw ontstond tijdens een cursus in Canada in 1992. Deze jonge bouwer houdt van de precisie. In het werken binnen een zo klein mogelijke marge zit voor hem de grote uitdaging. De laatste jaren heeft hij zich, mede vanwege zijn passie voor flamencomuziek, toegelegd op de bouw van flamencogitaren. Ook heeft hij een voorliefde voor archtops. Sinds vorig jaar speelt de Nederlandse jazzgitarist Olaf Tarenskeen op een Heeres archtop.

Hoe is je interesse voor het vak ontstaan?
In 1992 speelde ik in een akoestisch gitaarbandje maar had niet eens een eigen gitaar. Ik leende er steeds één. Omdat ik aan een eigen instrument wel hoge eisen stelde, stelde ik mezelf voor een keuze. Of een mooi model Martin of, voor hetzelfde geld, een cursus gitaarbouw bij David Freeman in Canada. Ik koos voor het laatste. Deze cursus duurde zeven weken. Toen David Freeman me van het vliegveld haalde, zijn we de laatste twee uur door niets anders dan graanvelden gereden. Er was dus niets dat me die weken zou afleiden van het gitaar bouwen. Het was een zeer intensieve cursus met een clubje van maar vier personen. Ik weet van twee van de anderen dat ze ook bouwer zijn geworden.

Wist je toen al dat je gitaarbouwer wilde worden?
Nee, gek genoeg wist ik dat toen ik ongeveer een week met de cursus bezig was. Ik verdiende in die tijd mijn geld als meubelmaker, terwijl ik met de MTS (werktuigbouwkunde) een technische achtergrond had. Als werktuigbouwkundige leer je werken met een een zekere nauwkeurigheid die ik in het werk als meubelmaker miste. Als gitaarbouwer is die nauwkeurigheid van het grootste belang. Die tijd in Canada was dus heel bepalend. Alles viel op zijn plek.

Wat voor gitaar heb je tijdens die cursus gebouwd?
Dat was een D model akoestische gitaar. Ik heb hem nog steeds en speel er regelmatig op. Uiteindelijk is de cursus trouwens wel een stukje duurder geworden dan een Martin gitaar: ik ben teruggekeerd met een partij hout waar je stil van wordt..

Ben je daarna meteen aan de slag gegaan als gitaarbouwer?
Gitaarbouwer wordt je niet zo maar even. Ik wist dat het een langdurig proces zou worden, maar was zeer vastbesloten. Ik heb toen ik terug was meteen de hoognodige gereedschappen gekocht. Ik huurde in die tijd een kamer van vier bij vier. Overdag was dat mijn werkplaats. 's Avonds ging het van: 'even stofzuigen, matras neerleggen en slapen'.

Hoe kwam je in het begin aan je opdrachten?
In het begin bouwde ik gitaren voor vrienden. Daarnaast werkte ik voor de Nederlandse bouwer Diederik den Dikkenboer, die inmiddels niet meer als bouwer actief is. We hadden de afspraak dat ik gedeeltelijk voor hem zou werken en de rest van de tijd van zijn atelier gebruik mocht maken.

Hoewel je veel verschillende modellen gebouwd hebt, van akoestisch tot elektrisch, heb je je vooral gespecialiseerd in akoestische modellen. Is dat een bewuste keuze ?
Ja, voor mij ligt daarin een grotere uitdaging. De marges waarbinnen je moet werken zijn kleiner, met name bij het bouwen van klassieke en flamenco modellen. Bij elektrische gitaren maakt het bijvoorbeeld niet zo veel uit of de body 0,5 mm dikker of dunner is. Bij klassieke gitaren zit daarin vaak het verschil tussen een goede of een slechte gitaar. In het begin pakte ik alles aan en heb ik een behoorlijk aantal elektrische gitaren gemaakt. Ik moest tenslotte ook mijn huur nog kunnen betalen...

Hoe heeft je gevoel voor geluid zich bij jou ontwikkeld?
Het geluid dat ik in mijn hoofd hoor, moet ik op mijn eigen manier bereiken, dat kan ik niet van andere bouwers leren. De basis van het bouwen kan je van anderen leren, maar de finesse, hoe het instrument gaat klinken, is persoonlijk. Om dat geluid te bereiken, zijn verschillende dingen van belang. Ik klop op het hout, om te horen welke stukken de goede klank hebben. Ook moeten de stukken in combinatie met elkaar de juiste klank hebben. Vervolgens ga je kijken hoe dik de verschillende onderdelen moeten zijn. Een indicatie is in welke richting de houtnerven staan, hoe stijf het materiaal in een bepaalde richting is.

droger hout
"meten" "kloppen"

Is het geluid en spel van bepaalde gitaristen een belangrijk referentiepunt in je zoektocht naar het goede geluid?
Jazeker, ik luister naar veel verschillende gitaristen, vooral flamencomuziek momenteel. Maar een belangrijke referentie bij de bouw van een gitaar is ook steeds de vorige gitaar die ik gemaakt heb. Ik zit steeds dichterbij het in mijn oren volmaakte geluid. Elke volgende gitaar zit er een beetje dichterbij. Het wordt steeds moeilijker om die laatste beetjes te verbeteren.

Kun je het geluid waarnaar je op zoek bent omschrijven?
Daarbij moet je denken aan het geluid van een vleugel. Een piano-achtige open klank die heel ver kan reiken. In alle modellen die maak, zowel de archtops als de klassieke en de flamencomodellen, moet het geluid steeds die eigenschap hebben.

Wat is de beste klinkende gitaar die je ooit gehoord hebt?
Jeetje. Klassiek zou ik zeggen Rene Baarslag, een Nederlander in Granada. Zijn gitaar had een krachtige toon die niet ten koste ging van het romantische geluid. De reden dat ik begonnen ben met archtops is dat ik "Robert Crumb and his cheap suit serenaders" zag spelen. De gitarist speelde op een oude L-5 Lloyd Loar, prachtig open geluid met een geweldige balans. Tot die tijd had ik alleen archtops met te weinig sustain en een 'geknepen' geluid gehoord, hoewel we het hier over bekende bouwers hebben. Het was op dat punt in mijn 'carriere' als gitaarbouwer natuurlijk ook een uitdaging om boven- en achterblad uit te steken en te zien of ik het geluid dat ik in mijn hoofd had kon bereiken. De mooiste flamencogitaren worden op het moment gemaakt door Manuel Reyes. Aan zijn wachtlijst kan de Nederlandse zorg nog een puntje zuigen: een klant van mij wacht al acht jaar.




»» lees verder

Home  |  Over gitaarnet.nl  |  Contact  |  Adverteren  |  Disclaimer

Copyright © 2001 Gitaarnet.nl. All rights reserved.