|
Mike Stern band:
- Gitaar: Mike Stern
- Bas / zang: Richard Bona
- Drums: Dennis Chambers
- Sax: Bob Franceschini
"Ik weet eigenlijk niet of ze wel tijd hebben voor een interview", zegt de buitengewoon gastvrije stagemanager van De Boerderij als ik me bekend maak als verslaggever van GitaarNet. "Maar ik ga direct even naar achteren om te kijken of het nu of anders in de pauze even kan". Om een interview had ik niet met zoveel woorden gevraagd, maar uit de ontvangst maak ik op dat mijn contactpersoon bij GitaarNet hier en daar al wat balletjes heeft opgegooid voor een gesprek met de leden van de Mike Stern band. Ik laat de dame in kwestie dus vooral regelen wat ze kan regelen en wacht rustig af wat me op dit vlak gegund is.
Terwijl ik in een nog lege zaal op haar wacht, sta ik te bedenken wat ik de leden van de Mike Stern band in 's hemelsnaam moet vragen. Ik heb me niet op een interview voorbereid en ben niet bepaald bekend met hun werk. Mike Stern ken ik natuurlijk wel, zoals iedere muzikant c.q. muziekjournalist Mike Stern kent. Stern begon zijn carrière bij 'Blood, Sweat and Tears' en speelde met grootheden als Miles Davis, Jaco Pastorius, David Sanborn, de gebroeders Brecker en John Scofield (to name but a few).
Van Dennis Chambers weet ik dat hij onder andere in Funkadelic en Parliament heeft gespeeld en dat Billy Sheehan hem tijdens de clinic die ik onlangs bijwoonde één van de beste drummers van de wereld noemde. En saxofonist Bob Franceschini ken ik eigenlijk helemaal niet.
De man voor wie ík kom is Richard Bona. De tournee die hij net heeft afgesloten heb ik gemist en toen ik de aankondigingen zag van de Mike Stern band, met Richard op bas, hoefde ik me geen twee keer te bedenken. De man uit Kameroen, die ik jaren geleden voor het eerst op een zondagochtend in het helaas ter ziele gegane zondagochtend programma 'Reiziger in de muziek' zag, is een bassist die bij de liefhebbers vooral bekend staat om zijn virtuositeit, grenzend aan het genie van inspirator Jaco Pastorius. Dat is dan ook gelijk de keerzijde van de medaille, aangezien degenen die zich oppervlakkig in zijn werk verdiepen niet ophouden hem een Pastorius-kloon te noemen. Iets dat je enerzijds als een reusachtig compliment in je zak zou kunnen steken, maar tegelijkertijd iets dat volledig voorbij gaat aan Bona's geheel eigen stijl en authenticiteit. Om die stijl te proeven hoef je alleen maar één van zijn CD's op te zetten, zijn derde en meest recente - 'Munia / The Tale' - is onlangs verschenen. Bona probeert alles behalve de virtuoos uit te hangen. Zijn - fretloze - basspel is vooral functioneel en staat volledig in dienst van het prachtige verhaal dat ieder nummer op een Bona-CD pleegt te zijn.
"Een interview met Mike wordt moeilijk" hoor ik de stagemanager zeggen, "maar je kunt wel even met Richard praten als je dat wilt. Maar dan moet je direct meekomen en ik ben bang dat je het kort moet houden". Met een pokerface verberg ik mijn opluchting en ik zeg dat ik heel graag even met Richard Bona zou willen praten. Terwijl ik achter haar aanloop probeer ik nog krampachtig wat vragen te bedenken, maar voor ik het weet word ik aan Bona voorgesteld en zit ik tegenover hem in een ongebruikte kleedkamer.
"I'm so tired! I actually wanted to get some sleep before I get on stage." Dat zijn de woorden waarmee Bona het gesprek opent. Ik verexcuseer me en zeg dat ik het absoluut niet op mijn geweten wil hebben dat hij die avond niet in vorm zal zijn. Bona lacht een rij witte tanden bloot, zakt onderuit en laat duidelijk merken het verder geen probleem te vinden even een beetje te praten voordat hij die avond de sterren van de hemel zal spelen.
Bona heeft alle reden om enigszins afgedraaid te zijn. Na net maanden met zijn eigen band op pad te zijn geweest is hij zonder pauze direct op de Mike Stern trein gesprongen. En dat 'zonder pauze' is letterlijk bedoeld: op 7 oktober gaf hij zijn laatste concert en op 8 oktober stond hij met Mike Stern op de planken in Washington. Waarom dan toch geen adempauze genomen? "You know, Mike is my best friend", aldus Bona, "and when a friend asks you a favour you just can't say no!". Los daarvan is spelen natuurlijk het liefste dat Bona doet: "This morning we were on the bus from Germany and we saw all these people going to work. We realised what lucky people we are. We can do what we like the most, we make people happy and we get paid for it! I really think I'm so lucky. I have got a beautiful life".
Twee belangrijke aspecten die Bona noemt als het gaat om het plezier van muziek maken zijn entertainment en vrijheid. Hij omschrijft zichzelf primair als entertainer, hij wil het publiek plezieren met zijn spel en zijn muziek. Binnen die muziek is vrijheid een belangrijk element. Dat is ook de reden dat Bona zelden tot nooit met zangers werkt. Zijn ervaring is dat zangers de vrijheid die de muzikanten onderling hebben inperken: "With musicians like Mike Stern and Dennis Chambers you don't have to say anything. Everybody knows his part and everybody's got his act together. When you play together you feel each others intentions and there are no prescribed structures, apart from the core of the compositions of course". Er blijkt dan ook nauwelijks gerepeteerd te worden voor zo'n tournee. Het management van de verschillende muzikanten hebben contacten over speeldata en passen de drukke schema's in elkaar. Op muzikaal vlak komt een organisch proces op gang waarbij de muziek als vanzelf lijkt te ontstaan zodra de musici bij elkaar komen.
Terwijl de meesten Bona natuurlijk vooral kennen als bassist die - in navolging van zijn grote voorbeeld Pastorius - veel fretloos speelt, speelt hij deze tournee op een gefrette bas. Uit zijn verhaal blijkt echter dat dat min of meer noodgedwongen is, sinds de veiligheidsmaatregelen na '9/11' dusdanig zijn aangescherpt dat hij niet meer met twee bassen in het vliegtuig mag. Dat zou betekenen dat hij één van zijn bassen tussen de gewone bagage zou moeten doen en begrijpelijkerwijs heeft hij ervoor gekozen dan maar met één bas te reizen.
Als het concert eenmaal begint blijkt echter dat Bona ook op de gefrette bas uitstekend uit de voeten kan. Ook wordt direct duidelijk dat ik niet de enige ben die speciaal voor hem is gekomen. Zijn CD's vinden gretig aftrek en de zaal staat menigmaal op zijn kop als Bona een solo ten beste mag geven. Gedurende het hele concert doet Bona wat een topgitarist als Mike Stern van een bassist mag verwachten: hij biedt het vangnet dat de trapezewerker in staat stelt zijn kunsten te vertonen. Chambers - door Bona omschreven als een 'Jaguar' onder de drummers - en Bona vormen een ritmesectie waar je als gitarist alleen maar van kan dromen: strak, funky en dragend.
Zelf vind ik de band echter op zijn best bij de wat rustigere nummers, waarbij Bona's basspel dusdanig gevoelig is dat je af en toe het gevoel hebt dat hij zijn snaren nauwelijks aanraakt. Ondertussen speelt hij breed lachend en ogenschijnlijk met het grootste gemak honderd subtiele noten per seconde en zingt met zijn kenmerkende ijle stem mee op het gitaarspel van Stern. Tussen al het funk-, fusion- en rockgeweld door zijn dit wat mij betreft de hoogtepunten van de avond. Chambers die een easy beat neerlegt, Bona die daar op zijn kenmerkende slap 'n pop stijl een rustige groove tegenaan zet en Stern die zijn kenmerkende harmonieën speelt, begeleid door de Afrikaanse klanken van Bona's stem. En dan nog de prachtige melodieuze saxsolo's van Bob Franceshini die mij deden denken aan Wayne Shorter in zijn hoogtijdagen.
Maar het állermooiste is het enthousiasme waarmee vooral Stern en Bona op het podium staan. Het plezier waarover Bona mij backstage al vertelde straalt er van af en de muzikanten weten dat ook op de dolenthousiaste zaal over te brengen. Het is moeilijk níet enthousiast te raken. Zonder dat er iets wordt gezegd, krijg je onbewust het gevoel er een beetje bij te horen. Zonder dat je ooit het niveau van de muzikanten op het podium zal benaderen, heb je het gevoel dat je een beetje mee staat te jammen. Zonder dat je het door hebt, heb je het gevoel dat je deel uitmaakt van één grote familie die vooral gewoon een hele leuke tijd wil hebben. Muzikanten die dát kunnen zijn maar met een woord te omschrijven: top.
Wat dit betreft moeten we maar hopen dat Bona een geintje maakte toen hij mij vertelde dat hij op zijn 40ste eigenlijk wil stoppen met optreden omdat hij zich nu - nu hij 37 is - eigenlijk al heel oud begint te voelen. Laat het alsjeblieft niet waar zijn…
Relevante links:
top
|