|
Marcus Miller (New York, 1959) is één van de beste bassisten van deze en de vorige eeuw. Laat dat gewoon even gezegd zijn. Met zijn optreden op 1 juli in Nighttown bewees Miller maar weer eens dat hij thuis hoort in het rijtje basgrootheden (laat ik geen namen noemen, voor je het weet vergeet je er weer een paar en wordt de redactie overstelpt met brieven) dat ervoor zorgt dat het instrument uitdrukkelijk op de muzikale kaart blijft staan. Het nog altijd voortgaande emancipatieproces van de bas als solo instrument (wat mij betreft begonnen met - toch een naam - Jaco Pastorius) is bij deze Amerikaanse muzikant in betrouwbare handen. Het plezier, de passie en de professionaliteit die Miller uitstraalt op het podium maken het geheel bovendien nog eens een genot om naar te kijken.
Het publiek dat zich die donderdagavond in Rotterdam had verzameld om hun held in levende lijve te aanschouwen, moest echter wel het nodige geduld opbrengen. Nadat de deuren zeker een half uur te laat opengingen, was het de feestband R...U... Ready die het volk moest vermaken tot het moment waarop het allemaal écht kon beginnen. Dat de programmeur hiermee niet bepaald een gelukkige greep had gedaan, liet het publiek merken door luidkeels te juichen toen de band haar laatste nummer aankondigde. Leadzanger Raymond Ubbink van R...U... Ready vatte het sportief op, door droogjes op te merken dat "jullie zeker voor Marcus Miller komen".
Maar ook na het voorprogramma moest de zaal nog even wachten, al stond het volgende programma-element zeker de bassisten in de zaal heel wat meer aan; de verloting van een Windmill Jazz Bass, gesigneerd door niemand minder dan Marcus Miller zelf. (zie: Marcus Miller actie) Windmill Guitars is een nieuw merk in Nederland muziekland en door zich op deze manier te manifesteren zullen ze zeker de sympathie winnen van het bassende deel der natie. De feestvreugde werd nog vergroot toen bleek dat er niet alleen een Windmill werd verloot, maar ook nog een Marcus Miller signature Jazz Bass van Fender. Laten we hopen dat de twee bassen in goede, liefdevolle handen zijn gekomen.
Na onder de klanken van wat rustgevende 'smooth jazz' (geen wonder dat Arrow 90.7 FM één van de sponsors was) nog een half uurtje geduld uitgeoefend te hebben - Miller-publiek blijkt wat dat betreft overigens keurig publiek te zijn dat gelaten afwacht wat komen gaat - kon het feest rond kwart over tien dan toch eindelijk beginnen. Met een creatieve bewerking van 'Power of Soul' van Jimi Hendrix als killer van een intro maakte Miller - zoals altijd gekleed in 'baggy trousers', mouwloos t-shirt en jazz-hoedje - in één klap al het wachten goed. Vooral gitarist Dean Brown mocht tijdens dit eerste nummer gelijk flink los; een kans die deze langharige, wat excentrieke verschijning zich niet liet ontnemen. Wat volgde was een muzikale reis, enerzijds door het oeuvre van Miller zelf - natuurlijk ontbraken de klassiekers '3 Deuces' en 'Tutu' niet - en anderzijds door het oeuvre van muzikanten die hij bewondert, waaronder Beethoven, de al eerder genoemde Jimi Hendrix (later op de avond hoorden we 'Purple Haze' nog langskomen) en natuurlijk Miles Davis, in wiens band een jonge Miller (hij was toen 22!) speelde.
Vooral de interpretatie van Beethoven door Miller is exemplarisch. Toetsenist Bruce Flowers zet een klassiek stukje muziek in en Miller vertelt dat zijn 14-jarige zoontje het betreffende stukje muziek thuis instudeert. "That's nice son", zegt Miller, "but where is the beat?". Waarop Poogie Bell een stevige funkbeat onder het pianoloopje legt, gevolgd door Dean Brown die er een strak James Brown-achtige lick opgooit. Zo klinkt het al een stuk Miller-achtiger. Tot de man zelf er een typerende slap tegen aan zet waarmee de Miller-sound staat zoals 'ie hoort te staan. En dat op Beethoven. Vergelijkbare dingen doet Miller met nummers als 'Purple Haze' van Hendrix en 'Come together' van The Beatles. Miller neemt de oorspronkelijke gitaarpartijen, speelt ze al slappend en poppend op zijn bas na en laat zich met een soul-, jazz- en funkactige sound ondersteunen door zijn retestrakke band met Bell als drijvende kracht.
Marcus Miller de bassist. Zeker, en hoe! Maar om Miller alleen een bassist te noemen, zou tekort doen aan de vele talenten van de man. Natuurlijk is er Miller de componist; zijn album M2 won in 2001 een Grammy Award. Verder wordt het publiek niet alleen vergast op een flink staaltje virtuositeit op de basgitaar; Miller zingt, speelt basklarinet en sopraan sax en drong zelfs even toetsenist Bruce Flowers opzij om een bepaald niet onaardige pianosolo ten beste te geven. Daarnaast blijkt Miller de boel als dirigent goed in handen te hebben, getuige de aanwijzingen die hij zijn mede-muzikanten bij voortduring geeft. Miller kon zich als blazer overigens zonder moeite meten met saxofonist Roger Byam en trompettist Michael Stewart die hij tijdens een van de vele improvisaties wat jennerig uitdaagt tot verschillende blaasduels. De twee geheel in het zwart gestoken blazers ondergingen de beproevingen gelaten en bleken goed opgewassen tegen de uitdagingen van hun broodheer. De enige teleurstelling die ondergetekende - als fervent fretloze bassist - te verwerken kreeg, was het feit dat Miller een poging op de fretloze bas al na hooguit tien seconden moest staken wegens elektronica problemen van het instrument.
Het optreden is, tot mijn vreugde, soms net één lange jamsessie; een góede jamsessie wel te verstaan. Er wordt een themaatje ingezet en terwijl de muzikanten omstebeurt kun kunsten mogen tonen, houden de anderen het thema en de beat vast. Miller laat daarbij voortdurend zien wat de basgitaar vermag. We krijgen niet alleen soloduels met blazers, gitarist en toetsenist te zien en te horen. Ook drummer Poogie Bell moet het ontgelden, al weet deze vaste ritmesectiemaat van Miller precies waarvoor hij is ingehuurd; de aanvallen van zijn baas - Miller's ratelende bas doet me bij tijd en wijlen aan een mitrailleur denken - vakkundig pareren.
Al met al was het een optreden van de bovenste plank. Zoals gezegd; het plezier, de passie en de professionaliteit waarmee Miller en zijn vijf muzikanten de zaal twee uur lang op zijn kop weten te zetten zijn niet alleen een streling voor het oor, maar zeker ook voor het oog. Hij is niet vaak in Nederland, maar als 'ie er is: zeker gaan zien!
Relevante links:
top
|