Yong
Yong Yong Yong Yong
Yong
Yong
Yong
Fender Super Reverb versterker Yong
Yong
 
 
Yong Yong Yong

Yong




Sex, drugs en een shitpiano
te bestellen bij:
telegraaf kiosk
&
uitgeverij bzztoh

Yong Yong
Yong
 ARTIKELEN Yong

Ron BijtelaarSex, drugs en een shitpiano
sterke verhalen uit de nederpop
door Jan Colijn
Met foto's van Stefan Schipper
November 2005

Het nieuwe boek van Jan Colijn, "Sex, drugs en een shitpiano", leest alsof je in een kroeg bent beland waar alle helden uit de Nederlandse artiestenscene aan de bar zitten. En dat levert uiteraard sterke verhalen op. Verhalen waar de Rock and Roll "vanaf druipt". Smullen is het van de nostalgische verhalen van de "ouwe rockers", die in de gouden jaren zeventig nog met sterren als Kiss en Ozzy Osbourne op een podium hebben gestaan. Dat "de scene" er na die tijd toch echt niet saaier op is geworden, bewijzen de gesprekken met muzikanten van de nieuwe generatie, zoals Relax, The Sheer en Junkie XL.

Colijn laat in zijn boek tientallen artiesten aan het woord, waaronder ook Jan Akkerman, Dany Lademacher en Adje Vandenberg. "Het zijn de verhalen zoals de popsterren die normaal gesproken in de kleedkamer tegen elkaar vertellen. De gekke avonturen die ze beleven, veelal de verhalen met een knipoog", zegt Colijn. "Ik heb geprobeerd een zo breed mogelijk spectrum van de nederpop te beschrijven: de hardrock van Adje Vandenberg en de punk van De Heideroosjes tot de nederrap van Lange Frans en Baas B., de palingsound van The Cats, het levenslied van Vader Abraham en de feestmuziek van Jannes, afgelopen zomer gekroond tot koning der piraten."

Alvast een voorproefje met een aantal smeuige citaten:

Harry Muskee - Cuby , over Herman Brood

[....]

"Ooit heb ik een keer vreselijk met hem gelachen toen we ergens in Duitsland moesten spelen. Dat was zo'n zaaltje met zo'n fraaie loge erboven. We moesten optreden samen met een andere band. Ze hadden er een piano bij. Dat was nog in een tijd dat de kap van de piano vaak werd geopend om maar meer volume te krijgen. Terwijl die gasten verschrikkelijk hun best zaten te doen, stonden Herman en ik boven vanuit de loge toe te kijken. Ineens zie ik hoe Herman zijn broek naar beneden doet, op de rand van de loge plaatsneemt, de juiste positie ten opzichte van die piano inneemt en het presteert om precies in die openstaande piano te schijten. Plop! Waarmee hij het begrip shitoptreden meteen een extra dimensie gaf. Herman deed snel zijn broek weer omhoog en we zijn er snel vandoor gegaan. De reactie van die andere muzikanten hebben we maar niet meer afgewacht. Inderdaad, alle zegen komt van boven."

Ad Vandenberg

[....]

Maar ook buiten het podium kom je soms voor - onaangename - verrassingen te staan. Het was in een hotel ergens in Texas. In 1987, tijdens mijn eerste tour met Whitesnake, die overigens meteen anderhalf jaar duurde. Vraag me niet meer waar precies. We hadden gespeeld en het was een uurtje of zes 's ochtends toen er op mijn deur werd geklopt. Ik had roomservice besteld. Vandaar dat ik niet eerst door dat oogje in de deur keek en nietsvermoedend in mijn badjas opendeed; al vond ik dat ze wel heel erg snel waren met mijn bestelling. Voor m'n neus stonden twee meiden, keurig in serveerstersuniform gestoken. Het volgende moment vlogen ze naar binnen en had ik ze aan m'n lijf hangen. Ik wist niet wat me overkwam. Omdat die dames wat servies bij zich hadden, ging dat gepaard met een gigantisch kabaal. Nu was het zo dat we met Whitesnake altijd een eigen beveiligingsman inhuurden. Want het was met die band om de haverklap raak met op hol geslagen fans.

Maar op de een of andere manier hadden deze meiden toch kans gezien langs onze security te glippen. Op dat moment kwamen twee mannen van de eigen beveiliging van het hotel de kamer binnen om te kijken wat er aan de hand was. Terwijl ik vooral bezig was die dames van me af te houden, trokken zij meteen de conclusie dat hun eigen meiden werden belaagd door een of andere langharige rocker. Onder het motto "blijf met je tengels van ons personeel" werd ik naar buiten gesleept. En dat ging bepaald niet zachtzinnig, kan ik verklappen. Ik werd echt op mijn knieën de gang doorgesleurd. Tientallen meters.

[....]

Later is de hele affaire tot op de bodem uitgezocht en kwamen ze er dus achter dat het ging om twee groupies, die kans hadden gezien de garderobe van het dienstpersoneel te plunderen, terwijl ze kennelijk ook nog wat servies en schalen hadden opgesnord. De serveerstersuniformen werden later teruggevonden op de parkeerplaats van het hotel. Achteraf kun je erom lachen, maar op dat moment was het zeer vervelend. Zeg maar gerust gênant. Zeker als je daar in je badjas over de gang van een hotel wordt gesleurd en er overal deuren opengaan om te kijken wat er aan de hand is. En mijn collega's van Whitesnake? Die lagen heerlijk te pitten. Want wat ik in de loop der jaren wel heb geleerd is dat - wanneer je in een hotel zit en kabaal op de gang hoort - je deur openen wel het allerlaatste is wat je moet doen.'

Dany Lademacher

[....]

"Tja, en over Herman kun je natuurlijk alleen al een boek schrijven. Zo had-ie geruime tijd permanent een kamer geboekt in een hotel in Amsterdam. Volgens mij een jaar, ofzo. In ieder geval veel te lang want het heeft ons waarschijnlijk meer dan een ton gekost. Herman woonde er min of meer. Op een gegeven moment wilde hij daar zijn piano hebben. Zijn vleugel, welteverstaan. Dat wás me een toestand want die kamers in dat hotel waren niet al te groot. De kamer moest dus half worden omgebouwd om die vleugel erin te krijgen. Dat heeft werkelijk een fortuin gekost. Herman besloot op een dag dat hij samen met Harry Muskee en mij een nieuw nummer wilde maken. Wij naar die hotelkamer. Herman ging achter zijn piano zitten en begon te spelen. 'Kijk Harry', zei hij, 'dit is wat ik hoor'. Waarop Harry zei: 'Da's toch helemoal mien tempo niet mien jong'. Om vervolgens de kamer uit te lopen. Ik heb hem nooit meer teruggezien. Al met al duurde het een seconde of tien. Het was de kortste repetitie die ik ooit heb meegemaakt.

Ik kon dus weer terug naar huis, waar ik 's avonds om een uur of twaalf uit mijn nest werd gebeld door onze manager Koos van Dijk. 'Je raadt nooit wat-ie nu weer heeft geflikt', riep Koos. Wat bleek: na die bewuste repetitie met Harry was Herman aan de bar van het hotel gaan zitten om zijn teleurstelling weg te spoelen. Daar was hij aan de praat geraakt met een hotelgast, tegenover wie hij opschepte dat hij over het plafond kon lopen. 'Maar Herman, dat kan toch helemaal niet', merkte die man op. Waarop Herman bloedserieus volhield: 'Jawel, jawel'. Om vervolgens naar zijn hotelkamer te gaan. Na enige tijd kwam hij terug in de hotelbar en zei trots tegen die kerel: 'U mag komen kijken'. Die man dus naar boven. Herman liep altijd op van die soldatenkistjes. Daarvan had hij de zolen ingesmeerd met verf en vervolgens met een lange stok voetstappen op het plafond gemaakt. Het héle plafond zat eronder, tot in de badkamer aan toe. Alles moest worden overgeverfd. En zo waren we dus weer tienduizend gulden verder met onze hotelrekening."

Jan Akkerman

[....]

We moesten in een hotel in Londen spelen. Ik kom daar de bar van het hotel binnen lopen en zie daar Frits op z'n handen voor de toog staan. Met vijftig pond tussen zijn tenen. "Could you change this please?" vroeg hij aan de man achter de bar. Zonder werkelijk een spier te vertrekken, gaf die man Frits kleingeld. Die greep z'n fles whisky, nam een slok, liep de lift in en riep naar ons: "Denk erom jongens, morgen om halfacht aanwezig hoor." De volgende ochtend zitten we aan het ontbijt. Met allemaal van die typisch Engelse trutten om ons heen. De kopjes staan omgekeerd op de tafels. Op het moment dat zij de kopjes omdraaien, liggen er overal condooms onder. Die Frits had dus van al dat kleingeld rubbers gekocht en die 's nachts onder alle kopjes gelegd. Nee, die Engelse dames waren bepaald not amused.

Barry Hay

[....]

'Mijn eerste tour als broekie van amper achttien was meteen al raak. Met onze band The Haigs, een whiskymerk met uiteraard een duidelijke vingerwijzing naar onze bakermat Den Haag, gingen we op pad met Moan, een Arnhemse band met op piano niemand minder dan Herman Brood. We speelden in zo'n immense bierhal in Duitsland en ik stond vol overgave "Hold on I'm coming" te zingen toen die Duitsers ineens gigantisch begonnen te lachen. Ze gingen staan, wezen in mijn richting en kwamen werkelijk niet meer bij. Ik keek achterom, waar een groot doek hing met zo'n kijkgaatje erin. En daar hing een lul uit. Toen het nummer afgelopen was, liep ik naar het doek, schoof het opzij en jawel hoor: daar stond Herman op een stoel. Vanaf dat moment waren we dikke vrienden.

Bert Heerink - Vandenberg

[....]

Hoe anders was dat met Ozzy Osbourne. Een gewéldige persoonlijkheid. Iemand ook die zeer amicaal is en zich het lot van beginnende bandjes aantrekt. Hij wil alles van je weten en je krijgt volledige medewerking. Een heel grappige man. Het was in Chicago, de laatste avond. En de traditie wil dat er dan een geintje wordt uitgehaald. Ad had zojuist de intro van "Burning Heart" ingezet toen er ineens "Tulpen uit Amsterdam" klonk. Zagen we in de coulissen Ozzy staan spelen, achter de synthesizer van zijn toetsenist. Met die bekende grijns van hem. Hij kwam niet meer bij.

Maar goed, we laten het er natuurlijk niet bij zitten. Even later speelt Ozzy het nummer "Iron Man", nog uit zijn periode bij Black Sabbath. Ineens komen wij het podium op. We hebben onszelf helemaal in zilverfolie gewikkeld, als een soort Iron Man. Ozzy ziet ons niet aankomen en voor hij het weet, zit hij bij ons op de schouders en dragen we hem het podium over. "You fuckin' Dutchmen," gilt Ozzy. We nemen hem mee naar de rand van de bühne, gooien een mega-fles ketchup over hem heen, duwen hem terug het podium op en roepen: "Zo, ga nu maar lekker een vleermuisje happen." Bij heel veel grote artiesten kun je zoiets niet uithalen, maar Ozzy vond het helemaal te gek. Later schreef hij nog een paar aardige woorden voor ons op. Een soort levensles. Wat er als artiest ook gebeurt en hoeveel succes je ook boekt: "Don't loose your heart."'



Benny Jolink - Normaal

[....]

Maar ook achter de schermen speelt zich uiteraard van alles af. Ooit werd ik door enkele collega-muzikanten uitgenodigd een optreden van hun band bij te wonen. Vlak voor de pauze ging ik alvast naar de kleedkamer. Het was in een of ander jongerencentrum, begin jaren tachtig. En aangezien er in die, toen nog zwaar gesubsidieerde, jongerencentra altijd wordt verbouwd, stonden er allerlei materialen. Zakken cement, zakken kalk. In de kleedruimte stond ook een groot scherm opgesteld, waarachter de bandleden zich discreet om konden kleden. In een balorige bui trek ik een spiegel van de muur, leg die op een tafeltje achter dat scherm en trek er met het kalk zes enorme lijnen op. Echt, wel veertig centimeter lang. Even later komt een eerste bandlid binnen. "Jo Junk" was z'n bijnaam. Hij leeft niet meer, dus ik kan zijn naam gerust noemen. Hij trekt zich terug achter dat scherm en het was maar even of ik hoor een enorm gesnuif en gesnotter. "Jo Junk" komt weer tevoorschijn en ziet eruit als een kind in de snoepwinkel. Glimt van oor tot oor.

Toen de overige bandleden binnenkwamen, liep hij meteen naar ze toe en fluisterde ze wat in hun oren. Een voor een verschansten ze zich achter het scherm. Ongelooflijk, ik snapte er helemaal niets van. Dat doe je toch niet? Coke snuiven waarvan je geen flauw benul hebt wie het er heeft neergelegd? Die heren zullen een flinke droge bek hebben gehad. Maar ja, dat krijg je van coke ook. Nee, ik heb er niets van gezegd. Dat durfde ik niet eens. Hoe dan ook. Vanaf dat moment waren ze in topvorm. Waren compleet in hogere sferen. Ze speelden de pannen van het dak. Nee, namen noem ik niet. Ik heb het ze al die jaren nooit durven vertellen. Het is een goed bewaard geheim gebleven. Tot op de dag van vandaag, uiteraard. Als ze dit lezen.'

Tom Holkenborg, alias Junkie XL

[....]

We moesten die avond spelen in een tent met skinheads. Na afloop, als we de boel inpakken, loop ik samen met onze zanger naar de bus. Elk een gitaar in onze hand. Als we bij de bus komen, worden we door vijftig, zestig skinheads opgewacht. Boksbeugels, stalen pijpen. Wij snel terug naar binnen en slaan alarm bij vier bouncers, van die gorilla's. Die gasten gaan met ons mee. Wat volgt lijkt wel een scène uit een Tom and Jerry-film. Je ziet zo'n hele kluwen mensen. Zo'n stofwolk, waar dan af en toe een vuist uit tevoorschijn komt. Het einde van het liedje was dat die gasten aftaaiden. Een paar mensen raakten gewond. Onze bassist was geraakt met een standaard en had een gigantische snee in zijn hoofd. We zijn de stad uitgereden met gedoofde lichten. Arina zat voor in de bus en zei met die hoge, kakelende stem van haar: "Nou, dat is allemaal weer goed afgelopen." Arina had het hart op de juiste plaats, maakte zich altijd sterk voor Nederlandse bands en stak er heel veel tijd en energie in om bands van eigen bodem naar het Oostblok te brengen. Maar op dat moment vervloekte iedereen haar. Moet je nagaan, we waren amper zes uur in het land.



"Sex, drugs en een shitpiano" is te bestellen bij: Kiosk Telegraaf

top


 Relevante links:

Interview Dany Lademacher
Interview Jan Akkerman
Ron Bijtelaar - verhalen uit de nederpoptijd


Home  |  Over gitaarnet.nl  |  Contact  |  Adverteren  |  Disclaimer

Copyright © 2001 Gitaarnet.nl. All rights reserved.