Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Kim Wilson
Echt ??????
Printable View
Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Kim Wilson
Echt ??????
t Hangt idd van de amp af. Vooral veel '60-s Fenders en Marshalls hebben veel headroom, de voortrap overstuurt niet gauw. Daarom moet dat volume zo knoerthoog, om die eindtrap over z'n nek te krijgen.
Toen er steeds meer vraag naar oversturing kwam, ging men zich op de voortrap richten. Daarom klinkt bijv. de oversturing van een JCM800 heel anders dan van een JTM45, de eerste heeft veel meer voortrap oversturing, de tweede leunt meer op de eindtrap.
klopt eigenlijk niet, wat je hoort als je die jtm45 opendraait is nog altijd oversturing op de voortrap, met als verschil dat je dit signaal niet kunt afzwakken met een master volume, en idd als die hard staat ga je ook je phase inverter oversturen, en de eindbuizen zijn eigenlijk nog vrij clean dan.
Het niet makkelijk het in zeer eenvoudige taal te verwoorden maar technisch gezien zijn er vele condities nodig vooraleer je effectief de anodestroom van de eindbuizen kan verzadigen waardoor deze gaan vervormen :
1. De fasedraaier moet voldoende headroom hebben, dus in staat zijn voldoende hoge signaalspanning te sturen naar de eindbuizen, dit is de makkelijkst te bereiken voorwaarde.
2. De uitgangsimpedantie van de fasedraaier moet laag zijn want op een gegeven ogenblik gaat er stroom vloeien naar de ingangen van de einbuizen (stuurroosters), een klassieke fasedraaier met koppelcondensatoren zoals we in 99% van de gitaaramps vinden voldoet niet aan de voorwaarde, hij kan nauwelijks stroom leveren...
3. De fluxdichtheid van de uitgangstransformator moet voldoende laag (grote kern of zeer veel primaire wikkelingen) zijn opdat deze niet al eerder tegen zijn plafond zit (kernverzadiging) zodra de wisselspanningen op de primaire waarden bereiken waarbij de anodestroom van de einbuizen gaat verzadigen.
4. De zelfinductie van de trafo moet zeer hoog zijn zodanig dat zijn reactantie bij lage frequenties nog steeds zeer groot is t.a.v. de bronweerstand vertegenwoordigd door de eindbuizen zoniet ontstaat er een geheel ander soort vervorming als gevolg van de zeer kromme magnetisatiecurve van de ijzerkern van de uitgangstrafo.
Sorry voor de vele technische begrippen maar het is niet makkelijk om het anders te schetsen.
Ik vrees er een beetje voor dat de omschrijving "oversturing van de eindbuizen" technisch gezien dan, in gitaarversterkers een begrip is dat niet echt aan de orde is of anders gesteld, dat het toch de voorversterker en fasedraaier zijn die de "trick" doen zoals voorgaande posters al lieten blijken....hetgeen dan ook zeker weer niet betekent dat een buizeneindtrap niet klankbepalend zou zijn !
mmm,
erg technisch maar toch erg verhelderend.
Toch nog en vraag,
Hoe kan het dat een buizen eindtrap op hogere volumes dan doorgaans toch mooier/warmer/minder schel etc klinkt?
Dat is niet onlogisch want de vervorming neemt geleidelijk toe naarmate je de buizeneindtrap verder uitstuurt waardoor hij rijker klinkt. De harmonische vervorming is frequentieafhankelijk en meer uitgesproken in de lage tonen waardoor je die regio nog meer harmonischen creëert en een dikker of warmer -hoe je het wil uitdrukken- geluid krijgt.Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door mbakker75
Dus een powersoak kan wel degelijk wat toevoegen (hier gebruik ik 'm nl. ook voor ,om het iets vetter te laten klinken op lager volume, niet meer als 40% met een koch, bij meer afknijpen word de dynamiek te veel aangetast bij mij iig.)
Theo