Oorspronkelijk geplaatst door
-=JEROEN=-
De basis voor muziek is spanning en ontspanning. Je speelt een spannende noot en laat die spanning ontspannen door een ontspannende noot erachteraan te spelen. In de popmuziek is het verschil tussen spanning en ontspanning erg subtiel (C D G bijv) . In de jazz maken ze dat verschil wat duidelijker (voorbeeld iemand?).
Dit doen ze door tonen te spelen die buiten de toonaard vallen. Zo ontstaat er enorm veel spanning. Maar door deze tonen te laten oplossen in toonladder-eigen tonen ontstaat er weer ontspanning.
Denk aan de bluenote uit de blues ladder. Die toon is op zichzelf ontzettend vals. Maar doordat je em tussendoor speelt, geeft deze ene toon ontzettend veel kleur aan je spel.
Zo kan je in een solo, voor iedere toon die je speelt, een halve toon er voor spelen. Dus is je solo: e fis a b, dan kan je ook spelen: e (f) fis (gis) a (bes) b. De tonen tussen haakjes speel je heel kort, het accent blijft op de originele tonen liggen (e fis a b).
Dit kan je ook met meerklanken doen en dan heb je jazz (effe kort door de bocht gezegd ;))