JAN AKKERMAN Gitarist aan het hof

Geplaatst op 1 november 2001 22:00
 ARTIKELEN


JAN AKKERMAN Gitarist aan het hof
De luit als rode draad
door onze redactie November 2001

Zijn laatste album Passion was een meesterwerk. Zoals zo vaak bij grote kunstenaars kreeg deze geheel akoestische CD te weinig aandacht. Jan Akkerman speelt voor koningen. Het volk luistert nou eenmaal liever naar de 'unplugged' versies van bekende nummers van The Golden Earring of Clapton. Gitarist aan het hof Jan Akkerman over componeren, zijn laatste album Passion, zijn inspiratie en de muziekscene. De luit, als symbool van de roots van de westerse muziek, loopt daar als een rode draad doorheen. 'Op zeven van de tien schilderijen in het Rijksmuseum staan ze met zo’n ding, dat zijn mijn roots, ik kom niet uit de Mississipi Delta.'

fotos: © Diana Snabilié

Je hebt je luit 'herontdekt'. Hoe is dat gegaan?
Ik kon er nooit goede snaren voor vinden. Dat heeft dertig jaar geduurd. Nu heb ik eindelijk een luitbouwer gevonden die er snaren op kan zetten. Je kan er zelf wel aan gaan rotzooien, dat heb ik trouwens vaak genoeg gedaan, maar dan ineens ging het kammetje eraf of ging die hals weer als een hoepel staan, dat vond ik ook een beetje zonde. Ik vind een luit authentieker klinken. Met een gitaar zit je aan de gitaarstemming vast. Een luit heeft veel verschillende stemmingen. Dat vind ik het mooie ervan, je moet toch iedere keer je vingertjes weer anders neerzetten. Ik wil weer aan Bachsuites beginnen op luit.

Kunnen we nu ook luitcomposities op je nieuwe album verwachten?
Nee, ben je belazerd. Misschien als ik een jaar of zestig word, begin ga ik daar een keer aan. Dan is 'alle gekte er wel vanaf' en heb je er de rust voor.

Maar je hebt dertig jaar geleden toch ook luit op plaat gezet, op Tabernakel.
Ja, dat was om tussen die gekte van de zeventiger jaren iets zinnigs te doen. Tabernakel is renaissance muziek. Ik had het gevoel dat er in die tijd, en nu eigenlijk nog, een soort renaissance op gang was. Synthesizers, nieuwe geloven, nieuwe gedachten. Ik wilde die klankjes eens naar deze tijd toe vertalen, zo van 'jongens, hier komt het ook vandaan hoor, we zitten in het westen....'. Binnen zes maanden heb ik dat ding achter in een vliegtuig leren bespelen, op mijn manier.

Binnen zes maanden?
Ja, moet je je voorstellen, ik zat negen tot tien maanden per jaar in een vliegtuig in een tijd dat er nog geen walkmans waren. Ik kocht in Hongkong een apparaat met een cassettedeck en een opnameknop. Ik had nog een Barcus berry over. Met een stuk kauwgom kon je die zo op die luit plakken. Dat stopte ik in de opnameingang en zette een hele grote gesloten koptelefoon op. Ik had nergens last van, al zat ik naast de motor. Zo zat ik dus uren te spelen, met luittabulatuur uit de zeventiende eeuw, die ik in een bibliotheek in Londen had opgedoken. Anders verveelde ik me toch te pletter. Die vluchten waren lang hoor. Ik weet nog goed dat het vliegtuig een tijd stil stond in Singapour. Mocht ik er niet uit omdat ik zulk lang haar had. Moest ik eerst naar de kapper, stropdassie om, je kent het wel. Ik dacht, 'ja bekijk het maar'. Heb ik zes uur lang heerlijk zitten spelen, wijntje erbij......

Kun je het moment dat je luitmuziek voor het eerst ontdekte nog voor de geest halen?
Ja, dat was in Engeland. Zo ongeveer aan het eind van mijn Focus-tijd. Ik reed in de buurt van Oxfordshire en kom in het plaatsje Stratford-upon-Avon. Shakespeare komt daar vandaan. Een prachtige omgeving met een vallei met allemaal van die kleine dorpjes die je ziet liggen. Net alsof je zo de middeleeuwen binnenrijdt. Doodstil was het. Ik stop die auto, zet de radio aan, en hoor Julian Bream luit spelen.

Een Eyeopener?
Ja, dat rinkelde wel een belletje. Zo van 'daar kom ik vandaan'. Op zeven van de tien schilderijen in het rijksmuseum staan ze met zo’n ding, dat zijn mijn roots, ik kom niet uit de Mississipi delta.

Wat waren je ervaringen met klassieke muziek daarvoor?
Nihiel. Ik heb vijf jaar muzieklyceum gedaan. Daar heeft een leraar me alles geprobeerd bij te brengen wat ik absoluut niet wilde weten. De man was ook een goed flamencospeler en daar was ik gek op. Maar om daar te komen moest ik eerst door al die klassieke stukken heen worstelen. Dan speelde hij het een keer voor en dan speelde ik het zo na. Als ik thuis kwam was ik het alweer vergeten. Zat ik 's nachts weer blues te spelen ergens in een kroeg. Dat mocht eigenlijk niet. Maar daar ben ik een veel te vrijgevochten vogel voor om me in zo'n richting te laten vastleggen. Ik wilde gewoon een goede gitarist worden, een elektrische gitarist. Rocken met dat ding, blazen.

Wil je wat zeggen over je nieuwe album?
Er valt nog weinig over te zeggen. Ik ben wel heel veel aan het experimenteren met samples. Veel reggae, dat heb ik altijd leuk gevonden. Het wordt weer heel wat anders dan Passion. Passion, dat komt een keer in de dertig jaar voor dat je zoiets doet. Net als Tabernakel.

Een moment van ontzettend veel inspiratie.
Ja, natuurlijk. Passion is opgenomen tijdens de theatertoernee 'Focus in time'. Voor de concerten ging ik altijd even een kwartiertje in mijn eentje akoestisch zitten spelen. Ik had altijd zo’n 16 sporen recordertje bij me. De opname is rechtstreeks van de gitaar, meteen de PA in. 'Straight from the horse's mouth', en niet een nootje teveel of te weinig, want je hoort het. Je hoort me ook af en toe wel eens 'glijen' maar dat vind ik niet erg. Die twee of drie 'glijertjes' op drie kwartier... Zo staat het er allemaal op.

Zelfs in de zelfde volgorde? En later heb je het gewoon namen gegeven?
Ja, heel simpel. Het is improvisatie, maar het zijn natuurlijk wel vaste composities. Je wilt wel een soort ‘werkstuk’ neerzetten. Passion was gewoon een uur solo en dat was het interessante eraan. Probeer maar eens een uur lang te boeien op zo’n ding in je eentje, het zijn er maar weinig die dat kunnen. Ik ben er wel tevreden mee en ben er best trots op. Het is niet steeds hetzelfde idioom. Er zit klassiek in, er zit folk in.

Heel bijzonder vind ik dat het ene nummer of thema eindigt en het andere nummer een logisch vervolg is. Dat kan een bewerking van Jacques Brel zijn, of jazzy, of klassiek. En dan ook nog in een klassieke structuur, zoals bij de eerste twee 'suites'.
Ja, harmonisch heb ik wel in de gaten gehad wat ik achter elkaar plakte. Dat de toonaarden een beetje aansloten. Volgorde is belangrijk. Dat geldt eigenlijk wel voor alles.

Volgens mij ben je dan ook heel sterk associatief bezig. Hoe het ene thema in het andere overgaat...
Ik ben een verschrikkelijk warhoofd. Ik plak alles aan elkaar waarvan ik denk dat het past. Iedereen heeft zijn eigen logica. Nou, en dan komt het eens in de vijfentwintig jaar voor dat het op zijn plek valt. Dan mag je in je handjes knijpen. Verder moet je er helemaal niet aan beginnen. Ik zou er ook geen noot van willen opschrijven. Dat kan ik niet eens en heb ik nog nooit gedaan.

Verder moet je er helemaal niet aan beginnen? Je bedoelt aan componeren?
Nee, zoals ik al zei, iedereen heeft zo zijn eigen logica. Ik vind bijvoorbeeld van veel muzikanten in de jazz/fusion scene dat ze een beetje te veel verdwaald zijn in hun eigen verhaaltje. Als iedere boerenlul zelf gaat componeren dan wordt het natuurlijk een ramp. Je krijgt dan allerlei hersenspinsels die op plaat worden gezet. Iedereen heeft daar natuurlijk volkomen recht op, maar het gaat wel vervelen op een gegeven moment. Ik hou meer van geëigende structuren zoals bijvoorbeeld blues, waar wel een kop en een staart aanzit. Dat ik tenminste een idee heb van 'o ja nou komt ie'. Maar die gasten beginnen meteen te tokkelen zodra het balletje de racket verlaat. Geen touw aan vast te knopen. Dat is dan mijn makke. En ik kan echt wel wat hebben. Ik ben altijd een grote fan van Zappa geweest. Op de een of andere manier kan ik daar altijd toch weer een structuur in ontdekken.

Zo zullen er ook mensen zijn die jouw muziek te moeilijk vinden
Ja, daar kan ik ook niets aan doen. Ik moet ook zeggen dat ik ook wel eens buiten de deur heb gefietst. Zat ik ook weer vast in mijn eigen logica. Maar om tot geniale composities te komen moet je echt van andere huize komen. Omdat de hele wereld vergeven is van geniën ben ik maar opgehouden met die 'Dead end street'. Je kunt driehonderd jaar Bach niet zo maar aan de kant vegen. En dan heb je nog een paar van die moderne componisten, Frank Martin, Bruno Hansen of Benjamin Britton. Die hebben echt wel wat neergezet.

En M . Muleta?
Een muleta is zo’n rooie lap waar je die stier mee moet afleiden. Dan weet je toch genoeg, dat heeft een zakelijke achtergrond...

Hoe zie je jezelf als componist?
Tsja, dat hebben ze me ooit eens verteld, dat ik kan componeren. Het was trouwens Thijs van Leer die dat zei; "ja Jan, je kan wel componeren...". Ik zei "Ik ben helemaal geen componist". Je schrijft wat ‘stukkies’ als Hocus pocus en House of the king, dat komt er dan zo binnen twee minuten uitrollen. Ben je dan componist? Ik vind van niet hoor.

Wat is dan de definitie van een componist?
Ja, dat vraag ik me ook af. Mensen zoals Mozart of Beethoven, dat vind ik grote componisten. Maar ook die gozer die de twaalf maten van de blues heeft uitgevonden, Jelly Roll Morton. Of de oude luitisten. Voordat de polyfonie was uitgevonden maakte ze al mooie muziek meerstemmige muziek. Dat vind ik componisten, en ook uitvinders natuurlijk.

Heb je de 'educatieve drive' om je eigen composities op papier te zetten, om het zo aan aan anderen door te geven?
Nee

Jij hebt toch ook baat gehad bij die luittabulatuur die je in Londen hebt gevonden?
Dat bestond al honderden jaren, dat wist ik niet eens. Dat zit allemaal zeer gestructureerd in elkaar. Ja, daar heb je baat bij, maar dat kan iedereen toch vinden. Iedereen moet daar zijn eigen verhaal van breien, dat heb ik ook gedaan.

Je eigen muziek hoort niet op papier te staan?
Er is ooit eens een Belg begonnen aan Profile, nooit meer iets van gehoord. Als je naar Profile luistert, dat is echt 'Jungle warfare' op zijn slechts. Ga dat maar eens uitschrijven. Dan ben je toch gek. Als je zelf ontdekt, is die ontdekking juist zo leuk.

Maar niet iedereen is toch getalenteerd genoeg ?
Daar kan ik ook niets aan doen.


fotos: © Diana Snabilié

Een koorstuk van Bach omzetten naar gitaar...
Ja, daar komt wel wat voor kijken. Je moet dan wel je oren open zetten. Ik heb dat stuk toen uit puur verzet op Passion gezet omdat ik het een keer verkracht heb gehoord van Paul Simon. 'American Tune', noemde hij het. Het is helemaal geen American Tune, het is een stuk van Bach. Het komt zo rechtstreeks uit de Europese Protestantse Sweelinck traditie. Ik vind dat je dat stuk juist met die originele harmoniëen moet spelen en niet een beetje moet versimpelen. Ik heb het een beetje zijn waarde proberen terug te geven, waar ik misschien maar voor een duizendste in geslaagd ben. Toch hoor je door dat 'gewrot' van mij heen hoe mooi dat stuk eigenlijk is.

Je gebruikt op Passion ook veel uiteenlopende technieken, zoals de Tremolo techniek
Ja, dat komt uit de flamenco. Julian Bream doet dat ook, op luit. Terwijl het niets met luitspelen te maken heeft. Luitspelen moet je helemaal niet met je nagels doen, volgens de ‘officiele geloofsgeleerden’. Daarom vind ik hem ook te gek. Hij laat dat ding klinken, daar gaat het om.Als ze er na driehonderd jaar achter komen dat je ook nagels kan laten groeien en dat dat hartstikke goed klinkt, dan ben je toch gek als je dat niet doet? Al die puristen, hou op.

Ik zag een tijdje geleden bij het VPRO programma Reiziger in de muziek een luitspeler die de composities zoveel mogelijk in de geest van de tijd wilde spelen.
Dat is helemaal niet leuk, dat is niet mijn manier. Ze wilden toen misschien heel graag dat het zo zou klinken als het nu klinkt... toch? Ik bedoel, ze zijn toch begonnen met een sigarenkistje met een touwtje erop of met een pijl en boog, zo van 'pong pang'. Ik moet morgen naar Engeland, dan spring ik toch ook niet op een paard?

Ik las ergens dat je voordat je die Lowden gitaar oppakte, waarmee je Passion hebt opgenomen, twintig jaar geen akoestische gitaar had aangeraakt.
Klopt. Na tabernakel heb ik nooit meer een akoestische gitaar aangeraakt. Ook geen luit trouwens.

Ook niet bijvoorbeeld ’s avonds voor het naar bed gaan?
Nee, daar had ik geen behoefte aan.

Totdat je werd betoverd door de klank van die Lowden
Precies, ik dacht: dit is het. Vervolgens heb ik maanden lang nachten door zitten spelen tot 's morgens zes of zeven uur. Met een fles wijn op tafel. Toen besloot ik dus ook om voor de optredens, die elektrisch waren, een kwartiertje alleen op de Lowden te spelen en zo is Passion ontstaan.

Weet je nog wat eerste was dat je erop speelde?
Nee. Ja, ik zal ‘m wel als eerste naar D gestemd hebben. Ik dacht, zo’n klankkast, daar moet wat uit komen rollen , en ja hoor... Trouwens, het eerste stuk op Passion, suite 1, is ook in D-stemming gespeeld.

Als je nu een moment van veel inspiratie hebt wat pak je dan eerder op; je elektrische of akoestische ?
Ik vind allebei even lekker. Ik speel ook wel op een grote L5. Daar speel ik ook de stukken van Passion op. Ik heb een Piezo in de kam laten bouwen. Het heeft een mooi rond gitaargeluid, echt een Rolls Royce, die je in je handen hebt. Het is een soort kruising tussen een Machaverri en een hele grote jazz gitaar. Prachtig, je weet niet wat je hoort. Als je een gewone L5 als jazzgitaar door een versterker hoort, klinkt dat vrij mat. Met een Piezo is het een compleet orkest. Ik werk ook met twee versterkers. Een aparte voor de hoge tonen, een AER, en de onderste is een Peavey, mooi stereo uitgestuurd. Dan gebruik ik ook nog een heel klein Leslieboxje voor het hoog. Echt een engel die in je oor piest....

Versterk je je luit ook?
Ja, ik heb wel een soort van plakding. Dat deed ik ook al zo tijdens de opnames van Tabernakel in de studio in New York. Ik plakte mijn luit vol
et Barkus berry's, zo'n vijf of zes stuks. Vooraan, achteraan, bovenop, onderop, het leek wel een patient in een bed met allemaal slangen eruit. Ik mocht ook niet bewegen, dan hoorde je al die al die draadjes rammelen.

Je hebt op Passion een aantal luitstukken naar akoestische gitaar vertaald
Dat is op zich niet zo nieuw, dat deed Bream ook wel. Maar niet op stalen snaren, zoals ik het op stalen snaren speel, denk ik niet dat er veel zijn die dat doen. Ja, er zal wel gerust wel weer iemand zijn die het na gaat spelen. Er zijn er zoveel die altijd maar weer lopen te copieren en te incasseren. Daarom ben ik er eigenlijk niet zo happig meer op om platen te maken.

Je bent veel wijzer geworden na al die jaren in de 'muziekscene'.
Ik las ergens een ware uitspraak. 'Als je maar lang genoeg aan de rivier zit, komen ze vanzelf voorbij drijven'. Maar dat is nooit anders geweest. Lees de verhalen maar eens over de luitspelers aan het hof. Ze speelden de lieflijkste melodieën. Ondertussen waren het vaak dubbelspionnen, die elkaar als het zo uitkwam neerstaken.

Hoe kijk je aan tegen de muziekscene van nu ?
Om weer de link te maken naar de oude luitspelers: Zij maakten muziek voor het hof. Die muziek moest van uitzonderlijk niveau zijn, er werd gestreefd naar het hoogste. In feite zijn de koningen van nu de multinationals. Die maken de dienst uit. De commercie bepaalt dat er muziek voor het volk gespeeld wordt. Daardoor krijg je een vervlakking van de muziek. Er wordt niet meer naar het hoogste gestreefd. Daardoor blijven sommige muzikanten bijvoorbeeld tientallen jaren in het zelfde riedeltje hangen.

Of zoals een aantal jaren geleden, toen de één na de ander opeens 'unplugged' versies van zijn nummers ging uitbrengen.
De 'cheap trick' gaat altijd op. Daarvoor hoef je het niet te laten, maar ook niet te doen. Passion staat daar helemaal los van. Om daar nou achter aan te hollen, ik doe dat als het mij uitkomt, niet omdat een zooitje modetrutten dat hebben uitgedacht.

Laat je je inspireren door andere gitaristen?
Inspireren wel. Door oude nummers van Django of Oscar Alemán. Of Sol Hoopie, van Hawaii, die speelde slide gitaar, in de dertiger jaren al, niet normaal. Ik heb alleen nooit de behoefte om iets na te spelen. Ik heb wel altijd Django als grote voorbeeld genoemd, maar ik heb nog nooit een noot van hem gecopieerd. Ja, wel eens een keer de laatste jaren, wanneer ik met de Rosenberg Trio speelde. Heb ik een keer 'Djangologie' ingestudeerd. Maar dat is ook binnen twee seconden gebeurd.

Nooit iets gehoord waarvan je dacht, dat wil ik ook spelen?
Sommige dingen van Charlie Parker, maar dat is geen gitarist. Dan hoorde ik een riedel en dacht ik 'Zo, dat wil ik spelen'. Dat had ik al heel vroeg als kleine jongen al. Verder geldt: Wat ik speel dat ben ik zelf. Ik speel nog precies hetzelfde gitaar als het jochie van acht jaar oud, het is alleen wat uitgebreider geworden.

top


 Relevante links:

www.janakkerman.com
Het verhaal van de Argentijnse luitbouwer / reparateur van Jan Akkerman
Tabulatuur