Welkom op het GitaarNet.
  • Zoeken op producten


  • GitaarNet Specials

  • De POD PRO XT van Line 6

     ARTIKELEN


    De POD PRO XT van Line 6
    De buizenversterkers met pensioen?
    door John van der Veer Juli 2004
    gitaar-en versterkerbouwers beurs

    De XT techniek die Line-6 voor de Vetta-serie heeft ontwikkeld is -in meer of minder afgeslankte vorm- terug te vinden in andere modellen van het modellerende bedrijf. De 19" versie van Line-6, de POD PRO XT, heeft een scala aansluitmogelijkheden en is uitgebreid aan de tand gevoeld. Zowel live als in de studio.

    In dit artikel gaat gitarist John van der Veer uitgebreid in op de vele mogelijkheden van de POD PRO XT. Behalve professioneel gitarist is John werkzaam als arrangeur en componist van filmmuziek en als gitaardocent aan de Rockacademie in Tilburg.


    Gitarist John van der Veer

    Line-6 blijft de gemoederen in gitaarland danig bezighouden. Voor- en tegenstanders van de gemodelleerde versterkers rollen vechtend over straat en verklaren elkaar voor gek of overloper. Een tussenweg lijkt niet mogelijk: het ene kamp vindt het allemaal maar niks, het andere struikelt over de tong in het aanprijzen van de virtuele versterker. Hoe komt dat toch? Waarom lopen de meningen over deze digitale techniek zo uiteen, terwijl gitaristen over het algemeen toch bekend staan om het kritische doch eensgezinde oor?

    Het antwoord heeft onder meer te maken met de in de regel niet helemaal eerlijke vergelijking tussen een model van Line-6 en de eigen beproefde buizenbak. De virtuele versterkertechniek is gericht op de reproductie van een compleet gitaargeluid, inclusief de werking van de luidsprekerkast, de akoestiek van de ruimte en zowel de plaatsing van, als de registratie met microfoon(s). Voor een eerlijk vergelijk met een buizenversterker zou je het geluid van de laatste moeten opnemen en dat resultaat via dezelfde (studio) monitoren beluisteren naast het virtuele werk van Line-6. Het eerste dat dan opvalt is dat een echte buizenversterker nog steeds dynamischer is en minder kleurt. Maar dan gaan we er wel vanuit dat die ouderwetse, onvolprezen bak -als je een ideaal exemplaar al hebt weten te vinden- onder optimale condities is opgenomen. Dat wil zeggen: een vrij grote, goed geisoleerde opnameruimte met een perfecte akoestiek en veel hout, de mogelijkheid om de versterker op pijngrensniveau open te draaien, een collectie Neumann's waar de boekhouder niet vrolijk van wordt, en een engineer die na een speurtocht a la Finding Nemo eindelijk heeft ontdekt waar al die microfoons in de voor jou optimale situatie dienen te hangen, staan of bungelen. Zet dit moeizame proces en het bijpassende prijskaartje van de studio en de versterker af tegen het enkele snoertje dat je nodig hebt om nota bene een hele collectie versterkers -zij het virtueel- tot je beschikking te hebben, en de keuze van de (thuis)opnemer voor een gemodelleerde versterker is duidelijk.

    Maar ook de actuele stand van zaken in de ontwikkeling van deze techniek zal invloed hebben op het verloop van de discussie tussen buizologen en virtuologen. Hughes & Kettner heeft de lat hoog gelegd met de Zentera. Fender en Vox maken uitstekende digitale versterkers en Line-6 heeft met de XT-techniek een belangrijke stap vooruit gezet ten opzichte van de eerste modellen. Met andere woorden, de techniek staat niet stil en zal ongetwijfeld steeds meer argumenten van verstokte herrieschoppers op de helling zetten. Met blijvend respect voor, en eerbetoon aan het arsenaal illustere en legendarische buizenversterkers dat model heeft gestaan voor deze digitale revolutie.

    Pod Pro XT: ultimate tone for guitar

    Pod Pro XT

    Het vlaggenschip van Line-6 dat is voorzien van de XT-techniek is de Vetta versterker, verkrijgbaar als top of combo. De laatste heeft een 2 maal 75 Watt eindtrap en twee Celestion speakers ('Custom Special Design', volgens de documentatie, maar met een klank en een uiterlijk die sterk aan de Vintage 30 doen denken). De Vetta top is voorzien van een 2 maal 150 Watt eindtrap, bedoeld om de twee paren luidsprekers in de Line-6 4 maal 12"; kast aan te sturen. Wat beide modellen gemeen hebben is de collectie van meer dan 70 versterkermodellen en 60 effecten, naast de mogelijkheid om twee versterkers tegelijkertijd te laten klinken. De achterkant voorziet in diverse aansluitingen, waaronder een effectlus en analoge uitgangen in jack en XLR, al dan niet voorzien van het onvolprezen AIR II luidsprekerfilter voor directe opname en live-registratie. Digitale uitgangen heeft de Vetta ook, in zowel het AES/EBU als het S/PDIF formaat. De POD II XT, dat niervormige apparaat van Line-6, doet het met minder dan de helft van het aantal versterkermodellen en effecten. Digitale uitgangen en effectlussen zijn er niet, wel twee jack outputs en een aansluiting voor een hoofdtelefoon.

    John in zijn studio De Pod Pro XT on top

    De inhoud van de POD XT PRO, het feestvarken van dit verhaal, is vrijwel gelijk aan die van de reguliere POD XT. De aansluitmogelijkheden (waarover later meer) komen in grote lijnen overeen met die van de Vetta. De 19" POD PRO heeft 32 versterkermodellen die je kunt combineren met 22 verschillende cabinet/luidspreker-varianten. Het is niet mogelijk om, zoals bij de Vetta, twee versterkers simultaan te laten klinken. De stand van de microfoon ten opzichte van de luidspreker kan virtueel worden gevarieerd ('off axis', oftewel buiten de conus van de luidspreker of 'on axis', precies in het midden) evenals het soort microfoon. Onnodig om te zeggen dat zowel de Shure SM 57 als de 58 veelvuldig in het lijstje van toegepaste mogelijkheden voorkomen. De collectie effecten bestaat uit'highlights' van de Vetta. De modulatie- en delay-effecten kunnen zowel voor als na de virtuele versterker plus luidspreker worden geplaatst evenals het volumepedaal; het laatste via het optionele FBV voetschakelpaneel. De compressor zit op een logische plek: na de versterker. De reverb zit aan het eind van de POD-effectketen, en ook dat is logisch. Maar de effectlus van de PRO volgt als allerlaatste. En da's jammer, want daardoor is het niet mogelijk om een direct signaal (lees: alleen de versterker plus luidspreker) naar een extern apparaat te sturen zonder daarbij het gebruik van de effecten van de POD PRO te verliezen.

    Analoog en Digitaal

    Tot zover het bekende deel van de POD. 'Bekend', want van het niervormige wonder zijn inmiddels al zoveel exemplaren verkocht dat de meerderheid van het gitaarvolk wel op de hoogte moet zijn van de klankmogelijkheden. Het unieke van de 19" POD XT PRO schuilt -naast het feit dat het apparaat een stuk duurder is- in de vele aansluitmogelijkheden. Analoog heb je twee sets uitgangen tot je beschikking, twee ongebalanceerde jacks en twee gebalanceerde XLR's. Beide paren kun je voorzien van het A.I.R. II luidsprekerfilter, en daardoor zijn ze beide geschikt voor directe opname of live-registratie. De toevoeging van de XLR's is een professionele voorziening waarmee je de engineer en jezelf erg blij maakt. Hulde. Via de interne software is het filter ook uit te schakelen. De POD PRO wordt hierdoor een digitale voorversterker die je moeiteloos op de eindtrap van iedere gitaarversterker kunt aansluiten, bijvoorbeeld via de return van de effectlus (=send/return) op je podiumbak. Het pre-amp gedeelte van de gitaarversterker wordt hierdoor gepasseerd. Je kunt dus in principe volstaan met een (stereo) poweramp. Aangezien de meeste van deze apparaten XLR-connectoren hebben is deze voorziening ook in dit geval zinvol. Gitaarluidsprekers heb je natuurlijk ook nodig. Voor het gebruik van een twee maal 12" of een vier maal 12" speakerkast kun je zelfs het analoge uitgangssignaal van de POD PRO aanpassen in de software. Heb het uitgeprobeerd en..... het werkt!

    Er zijn eveneens twee sets digitale uitgangen, in zowel het AES/EBU (ziet er uit als XLR) als het S/PDIF formaat (zo'n kleine RCA die je kent van het snoertje van je CD-speler). Ook in het digitale domein is het speakerfilter uitschakelbaar, maar dat zul je in de praktijk niet vaak nodig hebben. Ook de ingangen zijn verdeeld in een anologe en een digitale sectie. De normale ingang, waar je je gitaar in propt, is aan de voorzijde. Aan de achterzijde zit een aansluiting voor een line-level input en een digitale ingang in zowel het AES/EBU als het S/PDIF formaat. Beide voorzieningen hebben te maken met de zogenaamde 'reamping' functie van de POD PRO. Dit houdt in dat je een opgenomen gitaarpartij in een later stadium kunt bewerken met een van de gemodelleerde versterkers. Daartoe is het noodzakelijk dat ten minste een ingang op lijnniveau werkt. Vandaar. De digitale ingangen maken het zelfs mogelijk het signaal in communicatie met de interface van de computer en het opnameprogramma binnen het digitale domein te houden. De effectlus is uitsluitend analoog, zowel mono als stereo te gebruiken, en zit, als gezegd, helemaal aan het eind van de keten. Ieder zelf gefabriceerd geluid is programmeerbaar in een van de 64 geheugenplaatsen. Hiervan zijn er 60 gevuld met fabriekspresets. Als je niet genoeg hebt aan de vier vrije plaatsen, zul je dus presets moeten opofferen. Beetje krapjes. Zowel met de FBV short board als met de grote broer FBV kun je ieder programma oproepen, in 16 banken van vier stuks. Omdat het apparaat is voorzien van MIDI zijn de programma's ook met een ander extern apparaat oproepbaar, via de zogenaamde MIDI Programm Changes.

    Praktijk

    De POD XT PRO heb ik gedurende een aantal weken onbarmhartig op de pijnbank gelegd en daarbij diverse aansnoermethodes, wurgzweepjes en andere tepelklemmen gebruikt. Via de S/PDIF uitgang is het apparaat aangesloten op de gelijknamige ingang van een Pro Tools set en via een stel Genelecs aan de ether van mijn studio toevertrouwd. De analoge jack-uitgang is gekoppeld aan de eindtrap van mijn oude Marshall Super Bass uit 1968, die op haar beurt altijd vastzit aan een Marshall buikkast met vier maal Celestion Vintage 30 speakers. Dezelfde kast is gebruikt voor een Carvin FET 1000 mosfet stereo eindtrap, waaraan de POD XT PRO via de analoge XLR uitgangen heeft gehangen, loud and clear.

    Vier gitaren zijn op de POD aangesloten. Een V(an) W(armoth) van Hans Pluut met drie Joe Barden elementen, waarvan twee 'smalle' en een brede. Hetzelfde model van Hans Pluut, maar dan met een Gibson Classic '57 bij de hals en een Seymour Duncan 'Seth Lover' bij de brug, een Strat met drie Kinman elementen model 'blues' en een Strat voorzien van drie 'Texas Specials'. Bekend bij de kenners.

    Joe Barden elementen Gitaren van Hans Pluut

    Als eerste de digitale aansluiting via Pro Tools en Genelecs. Ik ben bekend met de eerste versie van de POD en heb dit apparaat veelvuldig met buitengewoon genoegen via de analoge uitgangen op mijn setje aangesloten. De eerste ervaring met de nieuwe POD XT PRO is mede daardoor een absolute verrassing. Alle presets blijken veel meer dynamiek te hebben en laten zich een stuk eenvoudiger kneden met gitaartechniek, elementkeuze en volumeknop. Natuurlijk heeft dit alles te maken met de verbeterde software in navolging van de Vetta, maar ook het passeren van de niet al te beste DA- conversie van de eerste POD speelt een belangrijke rol. Heel typerend; een aantal presets viel in eerste instantie tegen, maar na het aansluiten van een andere gitaar bleek het resultaat toch heel goed te zijn. Conclusie: deze geluiden zijn blijkbaar voor een ander doel ontworpen. Single coil versus humbucker, model versus model, houtsoort versus houtsoort, het heeft allemaal veel invloed op het eindresultaat. Maar ook binnen de preset valt er veel te rommelen. Schuiven met de microfoonstand, een andere luidspreker, een andere kast, draaien aan de knopjes van de toonregeling en de 'gain', het heeft zin en effect. Met een paar programma's heb ik gitaarpartijen opgenomen om te horen of een en ander in een productie overeind blijft staan. Het resultaat is ronduit verbluffend. Zonder noodgrepen in de mix klinken de gitaarpartijen alsof ze per stuk in een andere ruimte zijn opgenomen met verschillende versterkers en luidsprekers. Hoogtepunten zijn -wat mij betreft- de beide Marshall Plexi 100's, de Variac variant, de Vox AC30 Top Boost en de Soldano SLO 100. Maar ik ken even zoveel gitaristen die gaan voor de virtuele Fender modellen en de Buddda Twinmaster, om er maar een paar te noemen.

    Via de stokoude Marshall Super Bass en de Celestion Vintage 30's, dus zonder het A.I.R. speaker filter, is het resultaat al even overtuigend. De onvolprezen buizen(eind)versterker geeft er de al even onvolprezen 'ouhmph' aan die de meest verstokte buizenfreak over de streep zal trekken. Het geluid draagt, vult en asfalteert. Route 66 in een vierbaans versie.

    De mosfet eindtrap plus Celestion luidsprekers leveren een signaal dat nog het meest lijkt op het resultaat van de Vetta. Een eerlijk
    eluid, dat niet de stevige onder-de-gordel punch heeft van de buizeneindtrap, maar wel het podium van de nodige vierkante meters voorziet. Over buizen gesproken. Omdat de 'reamping' functie van de POD PRo een line-level niveau vraagt, is de verleiding groot om het apparaat te voorzien van het signaal van een echte buizenpreamp. Het resultaat valt tegen. Buis op virtuele buis in de voorversterker kan blijkbaar niet. Maar in de eindsectie, dus in combinatie met een echte buizen-poweramp, klinkt de POD XT PRO heel erg goed.

    Conclusie

    Line-6 heeft met de POD PRO XT een uitstekend, veelzijdig en vooral dynamisch apparaat op de markt gebracht dat zowel live als in de studio zeer overtuigt. De XT-techniek is een belangrijke verbetering ten opzichte van de voorgangers.

    Maar nee, de POD is nog steeds geen buizenversterker, en ook deze versie zal de vertrouwde horizon van gitaarversterkers waarschijnlijk niet van het podium blazen. Ook ik zie (nog) geen aanleiding om mijn collectie buizenmompels bij het grof vuil te zetten. Maar als ik heel eerlijk ben: gedurende de weken dat de POD XT PRO het rek in mijn studio inmiddels al bezet houdt, is er geen moment geweest dat ik voor een basisgeluid naar een echte buizenversterker had willen uitwijken. Zijn ze dan toch met pensioen gegaan? Of is er sprake van een tijdelijke retraite? De tijd zal het leren. Overigens, het zou geen verkeerd idee zijn van Line-6 om de POD XT PRO van hetzelfde klankenarsenaal te voorzien als de Vetta. Ik denk dat veel gitaristen het prijsverschil er graag voor over hebben.

    John's Studio

    Als componist en arrangeur van filmuziek wordt door John centraal een MAC G4 gebruikt, met daarop het recording programma ProTools. De Pro Tools set heeft 6 bronnen:

      1. Korg Triton
      2. Tascam Giga Studio
      3. POD Pro XT
      4. versterkerset van Ernst Fliek (voortrap Rover en eindtrap Rebel) plus een Palmer PDI-03 speaker simulator
      5. Mesa Boogie preamp
      6. Warwick 'thumb' six-string basgitaar

    De Giga Studio wordt aangestuurd door een 'gewogen' keyboard (Roland A-90). 'Gewogen' houdt in dat de toetsen tegendruk hebben, de zgn.: 'piano-touch', de mate van intoetsen bepaalt het volume en aanslag van bijv. de drums en contrabas.
    Zowel de inhoud van de Korg als de Giga Studio kunnen met beide klavieren worden aangestuurd (zie foto). De samples op de Korg (die door John zelf zijn samengesteld en bestaan uit honderden varianten) worden 'warmer' gemaakt met de buizenset Digitech TP-1. De Korg Triton komt analoog, via de buizenpreamp VTP-1 binnen in Pro Tools,en de Tascam Giga Studio digitaal.
    De POD pro XT is een integraal onderdeel en onmisbare onderdeel in John's studio en in combinatie met de Korg Triton en Giga Studio een ideale omgeving voor het maken van fantastische muziek.


    top


     Relevante links:

    Line 6 Site
    Line 6 POD Pro XT


Back to top